Actueel
Fiscaal
Gepubliceerd op 12 maart 2023

Jarenlange voorbereiding maakt nog geen IB-onderneming

Wie jarenlang bezig is met het realiseren van een website zonder verschillende adverteerders te werven of omzet te behalen, is waarschijnlijk geen ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Van 4 januari 2012 tot en met 9 augustus 2016 heeft een eenmanszaak ingeschreven gestaan bij de Kamer van Koophandel (KvK). Die eenmanszaak is actief geweest in de trouwbranche. Op 9 juni 2017 is de eenmanszaak opnieuw ingeschreven bij de KvK. Dit keer exploiteert de eenmanszaak een website met informatie over bedrijven gerelateerd aan de trouwbranche. Daarmee wil het bedrijf trouwen makkelijker maken voor aanstaande bruidsparen. De eigenaar van de eenmanszaak laat zijn bedrijf op 1 oktober 2018 uitschrijven bij de KvK. Dat betekent niet het einde van de activiteiten van de eenmanszaak. De eigenaar brengt deze activiteiten namelijk dezelfde dag in een VOF in. Deze VOF exploiteert niet alleen de genoemde website, maar verkoopt ook trouwbranche gerelateerde artikelen. De VOF is per 3 oktober 2019 uitgeschreven bij de KvK. De vennoot, tevens voormalige eigenaar van de eenmanszaak, geeft een verlies uit onderneming op in zijn aangifte IB/PVV 2018.

Hoewel de inspecteur het met de vennoot eens is dat de activiteiten van de eenmanszaak en de VOF een bron van inkomen vormen, is hij het oneens met de kwalificatie winst uit onderneming. Volgens de Belastingdienst is hier sprake van een overige werkzaamheid. De vennoot bestrijdt dit standpunt voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank merkt op dat de vennoot en zijn zakenpartner veel (indirecte) uren hebben besteed aan het maken van een technisch goed werkende website met een zeer brede informatieverschaffing. Maar met de activiteiten zijn nauwelijks tot geen omzetten behaald. Nu komt het vooral in de aanvangsfase vaak voor dat een ondernemer relatief en/of absoluut veel uren steekt in zijn bedrijf maar slechts een lage bruto omzet behaalt. Dit sluit niet uit dat men een IB-onderneming drijft. De belastingplichtige zal dan wel andere factoren moeten aandragen om aannemelijk te maken dat zijn activiteit toch een onderneming is.

Risico is te beperkt

De vennoot slaagt echter niet in zijn bewijslast. Hierbij speelt ook een rol dat de website al vanaf het jaar 2011 heeft bestaan. Verder is er maar één betalende adverteerder geweest en ontbreekt concreet inzicht in hoe de vennoot meer adverteerders heeft willen aantrekken. De vennoten hebben evenmin omvangrijke investeringen gedaan. Zij wilden geen derde persoon aannemen omdat zij dat een te grote stap vonden. Daaruit blijkt volgens de rechtbank dat de vennoten (nog) niet bereid waren een echt ondernemersrisico te lopen. De rechtbank oordeelt daarom dat de activiteit fiscaal gezien een overige werkzaamheid is.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 10-02-2023 (gepubl. 08-03-2023)

Nieuw: rapportageverplichting woon-werkverkeer

Gepubliceerd op
9 juli 2024
Fiscaal

Renteloze leningen tussen partners: wat u moet weten

Gepubliceerd op
8 juli 2024
Fiscaal

Mogelijk salarisgrens voor opnemen concurrentiebeding

Gepubliceerd op
8 juli 2024
Fiscaal