Actueel
Fiscaal
Gepubliceerd op 20 januari 2026

Ontdek hoe je als belastingbetaler bespaart

Fiscale wijzigingen werken vaak direct door in je inkomen en toeslagen. telt® laat zien waar je kunt bijstellen, besparen of vooruit plannen, zodat je geen kansen laat liggen in 2026. Met heldere uitleg en concrete aandachtspunten krijg je grip op wat verandert. Wil je weten wat dit betekent voor jouw persoonlijke situatie? telt® rekent het graag voor je uit.

Minder inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting

Dit jaar wordt de hogere inflatie slechts beperkt gecompenseerd in de belastingschijven en heffingskortingen. Dit betekent dat je eerder in een hogere belastingschijf kunt komen en dat de heffingskortingen minder zijn verhoogd.

Het tarief van de eerste schijf van de inkomstenbelasting (tot belastbaar inkomen van € 38.883) is vastgesteld op 35,75% (in 2025: 35,82%) en de tweede schijf op 37,56% (in 2025: 37,48%). Het toptarief blijft 49,50%. Laatstgenoemd tarief geldt voor belastbaar inkomen in box 1 vanaf € 78.426 (in 2025: € 76.817). 

Gevolgen voor aftrekposten

Bedraagt jouw inkomen over 2026 meer dan € 38.883? Dan kun je de aftrekposten, waaronder de hypotheekrente, tegen een tarief van 37,56% in mindering brengen op je box-1-inkomen. Maar bedraagt dat inkomen € 38.883 of minder? In dat geval kun je de aftrekposten slechts tegen een tarief van 35,75% in mindering brengen op je box-1-inkomen.

Let op

Betaalde lijfrentepremies en premies voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen vallen niet onder deze aftrekbeperking. Die mag je aftrekken tegen het hoge IB-tarief van 49,5%, voor zover je inkomen hebt in de hoogste tariefschijf (vanaf € 78.426).

Eigenwoningforfait 2026

Het eigenwoningforfait is 0,35% gebleven. Dit percentage is van toepassing op woningen met een WOZ-waarde tot € 1.335.000 (in 2025: € 1.330.000). Het forfait voor woningen met een WOZ-waarde van € 1.335.000 of meer blijft gelijk: 2,35%. Je bent dit forfait alleen verschuldigd voor de WOZ-waarde boven € 1.335.000.

Meer algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting gaat omhoog van € 3.068 naar € 3.115. Het afbouwbouwpunt van deze maximumkorting begint bij een inkomen vanaf € 29.736 (in 2025: € 28.406). Let op: voor de afbouw is sinds vorig jaar niet alleen het box-1-inkomen relevant, maar tellen hiervoor ook het box-2- en box-3-inkomen mee. Heb je dus ook inkomen in box 2 en/of 3, dan wordt de algemene heffingskorting sneller afgebouwd.

Snellere afbouw Hillen-aftrek

De regeling waarbij je geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij je inkomen als je geen of slechts een kleine hypotheek hebt, de zogenoemde Hillen-aftrek, wordt stapsgewijs afgebouwd. Tot en met 2025 werd de aftrek jaarlijks met 3,33% verlaagd. Daarin is vanaf 2026 verandering gekomen. De aftrek wordt versneld afgebouwd met 4,8% per jaar. De aftrek bedraagt dan in 2026 nog 71,867%. Door de versnelde afbouw is de Hillen-aftrek al in 2041 afgebouwd in plaats van in 2048.

Gewijzigde arbeidskorting voor deeltijdwerkers

De maximale arbeidskorting bedraagt € 5.685 (in 2025: € 5.599) bij een inkomen van € 45.592 (in 2025: € 43.071). De arbeidskorting kent een opbouw- en een afbouwtraject en heeft daarom verschillende inkomensgrenzen en daarmee samenhangende bedragen. In 2026 krijg je tot een inkomen van € 45.592 steeds meer arbeidskorting. Daarboven wordt de arbeidskorting met 6,51% afgebouwd.

De koopkrachtmaatregelen en de reguliere indexatie van de arbeidskorting hadden nadelige gevolgen voor deeltijdwerkers die op jaarbasis minder verdienen dan het minimumloon. Daarom zijn de eerste en tweede inkomensgrens verlaagd, zodat zij in 2026 meer arbeidskorting krijgen dan eerst was berekend in het Belastingplan 2026. De eerste inkomensgrens ligt nu bij € 11.965 (was: € 12.739) en de tweede inkomensgrens ligt nu bij € 25.845 (was: 27.519). De maximale arbeidskorting bij de eerste inkomensgrens ligt bij € 996 (in 2025: 980) en bij € 5.300 (in 2025: 5.220) bij de tweede inkomensgrens.

Box-3-wijzigingen

In elk geval tot en met 2027 wordt de box-3-heffing berekend aan de hand van forfaitaire rendementspercentages voor de drie categorieën ‘bank- en spaartegoeden’, ‘overige bezittingen’ en ‘schulden’. Voor 2025 is het forfaitaire percentage voor de ‘overige bezittingen’ vastgesteld op 6%. Voor de ‘bank- en spaartegoeden’ en de ‘schulden’ zijn de forfaitaire rendementspercentages voorlopig vastgesteld op 1,28% respectievelijk 2,70%. Deze percentages worden pas in 2027 definitief vastgesteld.

Je hebt wel de mogelijkheid om box-3-heffing terug te vragen als het werkelijke rendement over je gehele vermogen aantoonbaar lager is dan het forfaitaire rendement. Dit tegenbewijs lever je tot en met de IB-aangifte 2025 aan bij de Belastingdienst met het digitale Opgaaf werkelijk rendement-formulier (OWR-formulier). Vanaf 2026 kun je dit tegenbewijs leveren via het aangiftebiljet inkomstenbelasting.

Let op

Tot het werkelijk rendement van je box-3-vermogen behoort vanaf 2026 ook de werkelijke waarde van het eigen gebruik van een onroerende zaak. Je berekent deze waarde op basis van de huurprijs die bij verhuur onder normale omstandigheden bedongen kan worden. Daarbij mag je uitgaan van 5,06% van de WOZ-waarde.

Tarief en heffingvrij vermogen

Het tarief van box 3 is 36% gebleven. Het deel van je vermogen waarover je geen box-3-heffing hoeft te betalen, het heffingvrije vermogen, bedraagt per 1 januari 2026 € 59.357 per belastingplichtige (fiscale partners: € 118.714).

Meer IACK

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) bedraagt in 2026 maximaal € 3.032. Als je werkt en een kind hebt in de leeftijd tot 12 jaar, kun je in aanmerking komen voor de IACK. Dat is het geval als je geen fiscale partner hebt of als je die wel hebt maar jouw arbeidsinkomen lager is dan dat van je partner. De hoogte van de korting hangt af van je arbeidsinkomen. Dat moet in 2026 minimaal € 6.239 bedragen. De IACK bedraagt 11,45% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer beloopt dan € 6.239. De maximum IACK bereik je bij een arbeidsinkomen van € 32.720 (in 2025: € 32.224).

Bij co-ouderschap kun je als ouders allebei voor de IACK in aanmerking komen als het kind ten minste 156 dagen van het kalenderjaar in elk van jullie huishoudens verblijft in een doorgaans repeterend ritme. Het is sinds vorig jaar niet meer vereist dat jullie kind op jouw woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Het is voldoende dat het kind tot jouw huishouden behoort. De maximale IACK wordt vanaf 2027 in 9 stappen afgebouwd.

Ouderenkorting(en) iets verhoogd

De ouderenkorting is een heffingskorting voor de belastingplichtige die bij het einde van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. De maximale ouderenkorting is verhoogd van € 2.035 naar € 2.067. Je krijgt de maximale ouderenkorting bij een verzamelinkomen tot en met € 46.002. Daarboven wordt de korting afgebouwd met 15%, waardoor je bij een verzamelinkomen van € € 59.782 (in 2025: € 58.875) geen ouderenkorting meer krijgt.

Ben je een alleenstaande oudere? Dan heb je bovendien recht op de alleenstaandeouderenkorting van € 540 (in 2025: € 531).

Laat voorlopige aanslag Inkomstenbelasting controleren

Eind vorig jaar zijn de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2026 (IB 2026) opgelegd. De voorlopige aanslagen worden normaliter berekend aan de hand van de parameterwaarden die uiterlijk op 14 november van het voorafgaande jaar bekend moeten zijn bij de Belastingdienst. Vorig jaar is dit niet gelukt in verband met de verkiezingen. De stemming in de Tweede Kamer over het Belastingpakket 2026 vond immers pas eind november plaats. Daarom zijn de voorlopige aanslagen IB 2026 berekend op grond van de parameterwaarden die op Prinsjesdag 2025 bekend waren. De behandeling in de Tweede Kamer van het Belastingpakket 2026 heeft geleid tot wijzigingen in de parameters. De verschillen in de parameters zullen in de definitieve aanslagen worden rechtgetrokken. Extra reden om de aanslag IB 2026 goed te laten controleren.

Voorkom belastingrente betalen

De belastingrente voor de inkomstenbelasting is verlaagd van 6,5% naar 5%. Je kunt met belastingrente te maken krijgen, als je inkomstenbelasting moet bijbetalen. Dit kun je voorkomen door een reële inschatting te (laten) maken van de verschuldigde inkomstenbelasting en je voorlopige aanslag daarop te laten aanpassen. De eindafrekening met de Belastingdienst vindt plaats na afloop van het jaar, wanneer je de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heb je dan te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet je die belasting alsnog betalen, verhoogd met belastingrente. Verwacht je een wijziging in je inkomen of in je privéomstandigheden? Laat dan je voorlopige aanslag of teruggaaf 2026 zo nodig aanpassen.

Meer tijd voor aankoop lijfrente

Komt je lijfrentepolis tot uitkering? Dan mag je er langer over doen dan voorheen om te beslissen wat je met het vrijgekomen kapitaal gaat doen. Vanaf 2026 telt namelijk alleen nog maar dat de eerste lijfrentetermijn moet zijn uitgekeerd op 31 december van het jaar waarin je de AOW-leeftijd plus vijf jaar bereikt. Tot 31 december 2025 moest je dit beslissen vóór 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin je lijfrentepolis tot uitkering was gekomen. In geval van overlijden was deze termijn 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het overlijden.

Tip

Ben je te laat, dan wordt je vrijgekomen lijfrentekapitaal als zijnde afkoop in zijn geheel in de belastingheffing betrokken. Zorg er daarom voor dat je de einddata van lijfrentecontracten goed vastlegt, zodat je precies weet wanneer je uiterlijk actie moet ondernemen.

Nog één keer vrijstelling groenbeleggen

Groenbeleggers kunnen in 2026 waarschijnlijk voor het laatst gebruikmaken van de vrijstelling in box 3 en de extra heffingskorting van 0,1% van het vrijgestelde bedrag in box 3. In 2026 bedraagt de vrijstelling € 26.715 per belastingplichtige (fiscale partners: € 53.430). De vrijstelling groene beleggingen wordt op 1 januari 2027 verlaagd tot € 200 per belastingplichtige (fiscale partners € 400) en op 1 januari 2028 afgeschaft. Wellicht dat een nieuw kabinet hier nog verandering in zal brengen.

Invorderingsrente verhoogd

De invorderingsrente is verhoogd van 4% naar 4,3%. Je betaalt invorderingsrente als je na de uiterste betaaldatum van de belastingaanslag nog een bedrag moet betalen. Dit geldt ook als je uitstel van betaling hebt gekregen en je de belastingaanslag in termijnen mag betalen. Je betaalt de invorderingsrente over elke termijn dat je betaalt na de uiterste datum. Zorg dus dat je de aanslag(termijnen) tijdig betaalt!

Gewijzigde schenkingsvrijstellingen

Heb je vorig jaar maximaal € 6.713 aan je kind geschonken? Dan hoeft je kind geen aangiftebiljet voor de schenkbelasting in te dienen. Als je meer hebt geschonken, moet je kind over het meerdere schenkbelasting betalen. In dat geval moet hij of zij uiterlijk vóór 1 maart 2026 een aangiftebiljet voor de schenkbelasting hebben ingediend. In 2026 bedraagt het maximale bedrag, waarvoor bij een schenking van ouder aan kind geen schenkingsaangifte hoeft te worden gedaan € 6.908 per kind.

Naast de jaarlijkse schenking kun je je kinderen (of hun partners) als zij ouder zijn dan 18 en jonger dan 40 jaar, ook eenmalig een hoger bedrag vrijgesteld schenken. In 2025 bedroeg deze vrij besteedbare schenking € 32.195. Deze vrijstelling is in 2026 verhoogd naar € 33.129. Daarnaast kun je aan deze kinderen – in plaats van de eenmalig verhoogde schenking – ook een extra verhoogde vrijgestelde schenking doen. In 2025 bedroeg deze vrijstelling € 67.064. De vrijstelling is dit jaar verhoogd naar € 69.009. Deze schenking is niet vrij besteedbaar, maar moet worden gebruikt voor een dure studie. Bovendien heb je hiervoor een notariële schenkingsakte nodig. Heb je je kinderen in 2025 een van deze schenkingen gedaan? Dan moeten zij vóór 1 maart 2026 schenkingsaangifte doen, waarin zij de vrijstelling claimen.

Wijzigingen in de schenk- en erfbelasting

De aangiftetermijn voor de erfbelasting is verlengd van 8 naar 20 maanden. De termijn voor de berekening van de belastingrente begint ook pas na 20 maanden te lopen.

Geen 180-dagenregel meer
De schenking binnen 180 dagen vóór overlijden wordt niet meer als schenking aangemerkt. Hierdoor vervalt de verplichting om aangifte schenkbelasting te doen. Tot 2026 was deze schenking bij fictie ook belast met erfbelasting, waardoor je zowel aangifte schenkbelasting als aangifte erfbelasting moest doen. De schenkbelasting werd vervolgens verrekend met de erfbelasting. Vanaf 2026 ben je alleen nog erfbelasting verschuldigd over de schenking binnen 180 dagen vóór overlijden.

Start leegstandsheffing

Sinds 1 januari jl. kunnen gemeenten een leegstandsheffing opleggen aan vastgoedeigenaren die woningen langer dan een jaar leeg laten staan. Zij kunnen deze heffing inzetten als prikkel voor woningeigenaren om leegstaande woningen te gaan verhuren of verkopen, zodat het woningaanbod toeneemt. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe hoog de heffing moet zijn. Dat kan een vast bedrag zijn of een oplopende heffing, bijvoorbeeld gebaseerd op de WOZ-waarde. Voorlopig geldt de leegstandsheffing alleen voor woningen. Dit kan later uitgebreid worden naar andere onroerende zaken.

Check uw recht op zorgtoeslag

Ben je 18 jaar of ouder en heb je een Nederlandse zorgverzekering? Dan heb je mogelijk recht op de zorgtoeslag. In 2026 bedraagt deze toeslag maximaal € 129 per maand als je alleenstaand bent of € 246 per maand als je een toeslagpartner hebt. De bedragen zijn iets lager dan vorig jaar. Naast de genoemde voorwaarden moet je ook voldoen aan een inkomenseis en een vermogenseis. Heb je geen toeslagpartner? Dan mag je inkomen niet hoger zijn dan € 40.857 (in 2025: € 39.719). Heb je wel een toeslagpartner, dan ligt de inkomensgrens bij € 51.142 (in 2025: € 50.206) voor jullie samen. Daarnaast mag je op 1 januari 2026 ook niet te veel vermogen hebben. De vermogensgrens voor de zorgtoeslag per 1 januari 2026 is verhoogd tot € 146.011 (in 2024: € 141.896) voor een alleenstaande en tot € 184.633 (in 2024: € 179.429) als je een toeslagpartner heeft.

Tip

Je kunt ook in aanmerking komen voor de zorgtoeslag als je met een inkomensdaling te maken hebt gehad, bijvoorbeeld doordat je minder bent gaan werken of door een echtscheiding. Check of je zorgtoeslag kunt krijgen, maak een proefberekening en verminder de premielast van je zorgverzekering.

Meer kinderopvangtoeslag voor middeninkomens

De maximum uurprijzen voor de kinderopvangtoeslag bedragen in 2026 € 11,23 (in 2025: € 10,71) voor dagopvang, € 9,98 (in 2025: € 9,52) voor buitenschoolse opvang en € 8,49 (in 2025: € 8,10) voor gastouderopvang. Per kind kun je voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. De hoogte van de kinderopvangtoeslag is afhankelijk van het toetsingsinkomen. De toetsingsinkomens worden in 2026 ook verhoogd, zodat met name de middeninkomens weer meer kinderopvangtoeslag krijgen. In 2026 hebben werkende ouders tot en met een toetsingsinkomen van € 56.412 (in 2025: € 47.403) recht op het maximale vergoedingspercentage van 96% voor de opvangkosten voor het eerste kind. Daarnaast wordt het minimale vergoedingspercentage verhoogd van 33,3% tot 36,5% voor werkende ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 165.658 (in 2025: € 159.225). Ook wordt het verschil tussen de vergoedingspercentages voor het eerste en het tweede en volgende kind weer kleiner.

Hoger kindgebonden budget

Het kindgebonden budget is in 2026 verhoogd. In tegenstelling tot de kinderbijslag is het kindgebonden budget inkomensafhankelijk. Naast het inkomen van jou en van jouw eventuele partner is hiervoor ook van belang het aantal kinderen en de leeftijd die zij hebben. Heb je een partner? Dan krijg je tot een gezamenlijk inkomen van € 39.141 het maximale bedrag. Dat is € 2.573 per kind. Is je kind tussen 12 en 15 jaar oud, dan krijg je voor dit kind daarnaast maximaal € 722 extra. Is je kind 16 of 17 jaar oud? Dan bedraagt de extra verhoging voor dat kind maximaal € 961. Bij een hoger inkomen dan genoemde inkomensgrens wordt het kindgebonden budget afgebouwd: per € 100 meer inkomen wordt het kindgebonden budget € 7,60 lager. Daarnaast mag ook het gezamenlijke vermogen niet te hoog zijn: maximaal € 184.633 voor jou en je partner samen.

Extra aanvulling alleenstaande ouder

Ben je een alleenstaande ouder? Dan geldt een inkomensgrens van € 29.736 en een vermogensgrens van € 146.011. Heb je een kind tussen 12 en 17 jaar oud? Dan heb je recht op een aanvullende vergoeding van maximaal € 3.407. Deze aanvulling neemt af naarmate je meer inkomen hebt.

Huurtoeslag voor meer mensen

Eind 2024 is er al een werstvoorstel aangenomen om de huurtoeslag te vereenvoudigen. Daarvan zijn de maatregelen op 1 januari 2026 in werking getreden. Zo telt alleen de kale huur voor de berekening van de huurtoeslag, dus zonder servicekosten. Denk aan schoonmaak- en energiekosten voor gemeenschappelijke ruimten, kosten voor een huismeester en kosten voor dienst- en recreatieruimten. Daarnaast is er geen maximale huurgrens meer als voorwaarde om in aanmerking te komen voor huurtoeslag. Ook huurders die voorheen qua inkomen recht hadden op huurtoeslag, maar dit niet kregen vanwege een huur boven de huurgrens, komen daardoor nu ook in aanmerking voor huurtoeslag. Let op: voor de berekening van de hoogte van de huurtoeslag is de maximale huurgrens nog wel van belang. Is jouw huur hoger dan de maximale huurgrens, dan krijg je voor het deel boven de huurgrens geen toeslag. De huurgrens bedraagt in 2026 € 932,93 (in 2025: € 900,07). Ben je jonger dan 21 jaar (in 2025: 23 jaar!)? Dan is de huurgrens € 498,20 (in 2025: € 477,20).

Inkomens- en vermogensgrens?

Ook je inkomen en je vermogen beperken je huurtoeslag. Er is geen vaste inkomensgrens, maar als je inkomen stijgt, daalt je huurtoeslag voortaan geleidelijk en komt niet meer plotseling te vervallen. Er is wel een vaste vermogensgrens. Je mag op 1 januari 2026 niet meer vermogen hebben dan € 38.479 (in 2025: € 37.395). Heb je een toeslagpartner, dan ligt de vermogensgrens bij € 76.958 (in 2025: € 74.790). Ook het vermogen van een medebewoner telt mee en mag niet hoger zijn dan € 38.479. Jijzelf én de medebewoner moeten allebei minder dan dit bedrag aan vermogen hebben. De vermogensgrens die geldt voor een toeslagpartner geldt dus niet voor een medebewoner.

Wil je zeker weten of je recht hebt op huurtoeslag? Maak dan eerst een proefberekening op de website van de Belastingdienst.

Let op

Staat je echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner niet op jouw adres ingeschreven? Dan telt zijn of haar vermogen niet mee voor de huurtoeslag, maar wel voor de andere toeslagen.

Brandstofaccijnskorting toch verlaagd

Op 1 april 2023 is de accijns op brandstof verlaagd met 21%. Hierdoor daalde het accijnstarief op benzine met 17,3 eurocent per liter en dat van diesel met 11,1 eurocent per liter. Dit kwam neer op een verlaging van € 9,42 per tank benzine en € 6,04 per tank diesel (uitgaande van ca. 55 liter). Ook de accijns op LPG (waaronder vloeibare propaan en butaan) en LNG werd met 4,4 eurocent per liter verlaagd. Deze accijnsverlagingen zijn al een aantal keren verlengd en ook in het Belastingplan 2026 was in een verlenging voorzien. Maar uiteindelijk liep het anders en is ervoor gekozen om slechts een deel van deze accijnskorting te handhaven. Het andere deel wordt nu besteed aan het openbaar vervoer, zodat de voorgenomen versobering daar niet hoeft door te gaan. De accijnskorting op benzine wordt nu 15,7 cent per liter (was: 21,3 cent), 10,2 cent voor diesel (was: 13,8 cent) en 3,7 cent per liter LPG/LNG (was: 5 cent).

Minder korting MRB elektrische auto

Tot en met 2024 betaalde je geen motorrijtuigenbelasting (MRB) voor je elektrische personenauto. Vorig jaar kreeg je een korting van 75% op de MRB. Vanaf 2026 krijg je aanmerkelijk minder korting, namelijk 30%. Je betaalt nu dus 70% MRB in plaats van 25%. De korting voor de elektrische auto blijft 30% tot en met 2028. In 2029 wordt de korting 25%. De tariefkorting werkt ook door in de provinciale opcenten. Personenauto’s met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 gram per kilometer betalen het volledige MRB-tarief vanaf het eerste volledige tijdvak van 3 maanden in 2026.

Op deze pagina is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot en met 28 november 2025. Hoewel de uiterste zorg is nagestreefd ten aanzien van de inhoud, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele fouten en onvolledigheden. telt® sluit bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kun je altijd contact met ons opnemen.

Reken op financiële tips voor werkgevers en werknemers

Gepubliceerd op
20 januari 2026
Actueel
Fiscaal

Het verschil maken met deze aandachtspunten voor de dga

Gepubliceerd op
20 januari 2026
Actueel
Fiscaal

Plussen met fiscale adviezen voor de ondernemer

Gepubliceerd op
20 januari 2026
Actueel
Fiscaal