Op 26 juni 2026 zijn bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen voor de melkveehouderij aangekondigd. Het kabinet kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar de impact van deze normen op biologische en extensieve bedrijven. De normen moeten ook voor deze bedrijven haalbaar zijn en koplopers niet benadelen. Ruimte voor andere bedrijfsvoering De minister van LVVN vindt het belangrijk dat niet alleen technische maatregelen ingezet kunnen worden om aan de emissienormen te voldoen. Maatregelen zoals veel weidegang of een ander rantsoen zullen even goed worden meegerekend in de manier waarop de emissies op een bedrijf worden bepaald. Extensieve bedrijven scoren volgens de minister in de uitgangssituatie gemiddeld 5 tot 10% beter dan gemiddeld intensieve bedrijven. Extensieve en/of biologische bedrijven Het handelingsperspectief van extensieve en/of biologische bedrijven kan anders zijn vanwege de bedrijfssituatie of (Europese) regelgeving. Maatregelen zoals mestvergisting en -verwerking of veevoederadditieven kunnen minder passend zijn of vanwege biologische regelgeving niet toegestaan zijn. Er wordt nog gekeken of dit tot aanpassing van de ammoniaknorm voor dit type bedrijven moet leiden en dat voor biologische bedrijven een uitzondering op de klimaatnorm (broeikasgassen) wordt gemaakt. Onderzoek en verdere uitwerking Wageningen Livestock Research brengt mogelijke maatregelenpakketten voor een representatieve groep biologische en extensieve bedrijven in beeld. De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Ook wordt gewerkt aan een rekensystematiek waarmee emissies op bedrijfsniveau betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en geborgd. Op basis van deze onderzoeken besluit het kabinet of de ammoniaknorm voor biologische en extensieve bedrijven moet worden aangepast en hoe een aangekondigde uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven wordt vormgegeven.