Ondernemen is vooruitkijken. Zeker als fiscale regels veranderen, subsidies verschuiven of handhaving wordt aangescherpt. In deze actualiteiten voor het tweede kwartaal van 2026 zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen voor je op een rij. Zodat je weet waar risico’s kunnen ontstaan, wat aandacht verdient en waar je kansen kunt benutten.
De Belastingdienst corrigeert jaarlijks regelmatig de ondernemersaftrek. Hoofdreden is dan vaak dat de ondernemer niet aannemelijk kan maken dat hij of zij voldoet aan het urencriterium. Je doet er daarom verstandig aan om regelmatig een urenspecificatie van de werkzaamheden voor je onderneming bij te houden. Uit de specificatie moet duidelijk zijn welke werkzaamheden zijn verricht en wanneer en hoeveel tijd daaraan is besteed. Ook moet er voldoende onderbouwing met bewijsstukken zijn. Uren kunnen bijvoorbeeld worden geregistreerd in een Excelbestand of een urenapp en met agenda’s, opdrachtovereenkomsten en facturen aannemelijk worden gemaakt.
Ook als je weinig omzet hebt gemaakt, kun je toch aan het urencriterium voldoen door goed vast te leggen hoeveel tijd je hebt besteed aan niet direct factureerbare uren, zoals acquisitie, websitebeheer en social media.
Tip Achteraf opgemaakte urenspecificaties zijn vaak te summier en onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken. Houd daarom regelmatig de urenspecificatie bij.
De nieuwe opzet van de aanpak van schijnzelfstandigheid is een stapje dichterbij. Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’ (voorheen: Vbar) aangenomen. Het rechtsvermoeden houdt in dat bij een uurtarief van € 38 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het uurtarief was € 36, maar dit is inmiddels geïndexeerd. De indexatie van dit uurtarief vindt plaats op basis van de cao-loonontwikkeling in plaats van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon, zoals in het wetsvoorstel eerst was voorgesteld.
Voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap wordt aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Daartoe wordt dit wetsvoorstel verder uitgewerkt. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen dat dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
Veel zelfstandigen zijn nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Dat komt vooral doordat een dergelijke verzekering niet voor elke zelfstandige betaalbaar is. Met name bij chronische ziekte, medische aandoeningen in het verleden of bij een hogere leeftijd loopt de premie al gauw op. Het kabinet wil daarom een betaalbare verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering invoeren voor zelfstandigen, die een basisinkomen garandeert. Inmiddels is daartoe de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ingediend bij de Tweede Kamer.
De verzekering is bedoeld voor ondernemers (met of zonder personeel) in de inkomstenbelasting die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Resultaatgenieters, directeur-grootaandeelhouders en meewerkende partners behoren niet tot de kring van verzekerden. De premie bedraagt 5,4% over de winst uit onderneming met een maximum van € 171 bruto per maand. De premie wordt in het jaar van betaling aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De verzekering kent een wachttijd van 2 jaar. Je moet dus de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid zelf opvangen bijvoorbeeld met eigen vermogen, een particuliere verzekering of een Broodfonds. Na de wachttijd krijg je een gegarandeerde uitkering van maximaal het wettelijke minimumloon.
Let op Heb je al een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten? Dan hoef je je niet verplicht te verzekeren.
Per 1 juli 2026 treedt de vrachtwagenheffing in werking. Dan betaal je als eigenaar van een vrachtwagen of bestelauto belasting per gereden kilometer op bijna alle snelwegen en op sommige provinciale en gemeentelijke wegen. De heffing gaat gelden voor Nederlandse en buitenlandse wagens in de categorie N2 en N3 met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg. Het bedrag per kilometer hangt af van het gewicht en de CO2-uitstoot van de wagen: hoe lichter en hoe schoner de vrachtwagen is, hoe lager het bedrag per kilometer.
Voor vrachtwagens van 40 jaar of ouder geldt een ontheffing, mits deze alleen privé worden gebruikt. Voor elektrische vracht- en bestelwagens geldt een vrijstelling tot en met 4.250 kg. Deze vrijstelling wordt voor wagens met een Nederlands kenteken automatisch verleend.
Tolkastje Om de vrachtwagenheffing mogelijk te maken moet je een tolkastje (boordapparatuur) aanschaffen van een door de RDW erkende aanbieder. Aanbieders die je kunt kiezen zijn: NedlLinq en EETS-aanbieders. Eerstgenoemde is alleen in Nederland actief, biedt geen extra diensten aan en geen extra kosten (alleen borg voor het tolkastje). Laatstgenoemde aanbieders zijn actief in meerdere landen en bieden wél extra diensten en waarschijnlijk extra kosten. Als je je aanmeldt bij een aanbieder, heb je de volgende gegevens nodig:
Het tolkastje moet in Nederland altijd aanstaan, ook op wegen waar geen vrachtwagenheffing geldt. Het tolkastje kan uit als de vrachtwagen geparkeerd is.
Hoeveel ga je betalen? De aanbieder van het tolkastje berekent de vrachtwagenheffing aan de hand van de gegevens over het aantal afgelegde kilometers op de wegen met vrachtwagenheffing en brengt dit aan jou in rekening. De inkomsten van de vrachtwagenheffing draagt hij/zij af aan de overheid. Op de website van de RDW vind je onder meer de tarieven en verplichtingen.
Na de start van de vrachtwagenheffing vervalt de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor vrachtwagens tot 12.000 kg. Daarna zouden de tarieven voor de mrb voor zwaardere vrachtwagens worden verlaagd. Maar door de crisis in het Midden-Oosten gaat het mrb-tarief voor deze vrachtauto’s tot het einde van het jaar eerst naar nihil vanaf het eerste tijdvak dat begint na 1 juli 2026. Je bent altijd mrb verschuldigd over een tijdvak van 3 maanden. Eindigt het lopende tijdvak na 1 juli 2026, dan geldt het nihiltarief dus vanaf het volgende tijdvak. Eindigt een tijdvak na het einde van het jaar? Dan loopt het nihiltarief door tot het einde van het tijdvak. Na het tijdelijke nihiltarief moet er maatwerk komen binnen de vrachtwagenheffing.
Met de invoering van de vrachtwagenheffing stopt vanaf 1 juli 2026 het Eurovignet voor het vrachtwagenverkeer op de Nederlandse autosnelwegen. In Zweden en Luxemburg is een Eurovignet na 1 juli a.s. nog wel verplicht voor vrachtauto’s.
Heb je een Eurovignet dat na 30 juni 2026 nog geldig is? Dan kun je nu al de betaalde belasting zware motorrijtuigen (bzm) terugvragen. De aanvraag kost € 25. Dit wordt in mindering gebracht op het bedrag van de teruggaaf. Je krijgt binnen 6 tot 8 weken de beslissing van de Belastingdienst.
Als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen enorm gestegen. Daarom heeft het kabinet maatregelen getroffen om de impact van die crisis te beperken. Een van de maatregelen betreft de halvering van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers vanaf 1 juli 2026. De maatregel duurt tot het einde van het jaar.
Op deze pagina is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot en met 19 mei 2026. Hoewel de uiterste zorg is nagestreefd ten aanzien van de inhoud, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele fouten en onvolledigheden. telt® sluit bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kun je altijd contact met ons opnemen.