Op 1 januari 2027 moet het bestrijdingsprogramma tegen IBR (koeiengriep) in werking treden. Dit betekent dat alle runderen elk half jaar gevaccineerd moeten worden. wanneer via tankmelk- of bloedonderzoek kan worden aangetoond dat IBR niet aanwezig is, is vaccinatie niet verplicht. Toelating van levend vaccin In voorgestelde regelingen moet het gebruik van een levend IBR-vaccin per 1 januari 2027 toegestaan worden. Een levend vaccin bevat een levende, afgezwakte variant van het IBR-virus. Voorheen was dit verboden vanwege het risico op verspreiding onder ongevaccineerde dieren en het risico op terug muteren van het vaccin naar een schadelijk virus. Omdat dit risico bij het levende IBR-vaccin klein blijkt te zijn, wil de minister het gebruik hiervan toestaan. Het levende vaccin wordt over het algemeen gezien als veiliger en effectiever dan de huidige inactieve vaccins. Verplichte afvoer binnen 7 dagen Daarnaast wordt het verplicht om een dier dat positief is getest op IBR binnen 7 dagen af te voeren. In de praktijk betekent dit dat besmette dieren naar de slacht moeten. Dit geldt ook voor dieren die na transport 21 dagen in quarantaine zouden moeten, maar tijdens die periode positief worden getest op IBR. Registratie in database en handhaving De IBR gegevens van elk rund worden opgenomen in een online database. Zo kan bijvoorbeeld een koper via het identificatienummer van een rund zien wat de IBR-status van dat dier is. Bij overtreding van regels voor de aanpak van IBR wil de minister boetes kunnen opleggen. Reageren op deze regelingen kan tot en met 17 augustus 2026 via de internetconsultatie. Opmerking redactie: Eind jaren negentig waren er problemen met IBR-vaccins. Een deel daarvan was destijds besmet met een ander virus (BVD). Tegenwoordig worden de vaccins echter onder veel strengere productie- en kwaliteitsnormen gemaakt, waardoor de kans op besmetting veel kleiner is.