Voor het scheuren of vernietigen van grasland gelden verschillende regels, afhankelijk van de grondsoort en het seizoen. Deze regels gelden voor grasland dat wordt of is gebruikt voor voerproductie of beweiding. Dat is grond die voor ten minste 50% is beteeld met gras. De regels gelden niet voor gras dat wordt of is gebruikt voor de teelt van graszaad, graszoden, siergrassen, groenbemesters of voor groene braak. Regels klei- en veengrond Op klei- en veengrond mag grasland nog tot 15 september vernietigd worden. Wanneer u na de vernietiging van het grasland het perceel wilt bemesten met een stikstofhoudende meststof, moet uit een representatief grondmonster (scheurmonster) blijken dat de aanwezige hoeveelheid stikstof in de grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas. Het grondmonster moet zo laat mogelijk voor het bemesten worden genomen. Het gewas moet bemest worden volgens het advies behorend bij het grondmonster. De meeste gewassen behoren tot de stikstofbehoeftige gewassen. In de periode 16 september tot en met 30 november mag grasland vernietigd worden als direct daarna tulpen, krokussen, irissen of blauwe druifjes worden geplant. In de maand november mag grasland op kleigrond ook vernietigd worden als het eerstvolgende gewas geen gras is. Regels zand- en lössgrond Op zand- en lössgrond mag grasland nog tot 31 augustus gescheurd worden als direct daarna gras wordt gezaaid. In deze situatie wordt een korting op de stikstofgebruiksnorm van 50 kg stikstof per hectare toegepast. Er geldt geen stikstofbemonsteringsplicht. Het scheuren of vernietigen moet vooraf gemeld worden via mijn.rvo.nl. In de periode 16 september tot en met 30 november mag grasland vernietigd worden als direct daarna tulpen, krokussen, irissen of blauwe druifjes worden geplant.