Actueel
Fiscaal
Gepubliceerd op 21 september 2026

Werk maken van de plannen voor 2027

De plannen voor 2027 raken werkgevers en werknemers op uiteenlopende manieren. Denk aan een hogere onbelaste reiskostenvergoeding, het verdwijnen van de aparte vrijstelling voor personeelskorting en wijzigingen rond auto’s van de zaak, aandelenopties en sociale zekerheid. Tijd om er werk van te maken: hieronder lees je wat mogelijk verandert en waar voorbereiding verstandig kan zijn.

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding

Een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen om de gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten te ondervangen is een structurele verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De verhoging geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Door de opname in het Belastingplan 2027 heeft deze maatregel een wettelijke basis gekregen.

Je krijgt als werkgever daarmee meer fiscale ruimte, maar je bent niet altijd verplicht om de hogere vergoeding toe te passen. Dat kan wel aan de orde zijn op basis van een arbeidsovereenkomst of cao.

Afschaffing vrijstelling producten eigen bedrijf

Onder de huidige regelgeving kun je je werknemers jaarlijks maximaal € 500 belastingvrij korting geven op producten uit je bedrijf, mits deze korting niet hoger is dan 20% van de waarde in het economisch verkeer. Als het aan het kabinet ligt verdwijnt deze gerichte vrijstelling voor korting op branche-eigen producten per 1 januari 2027 uit de werkkostenregeling (WKR). Je kunt personeelskortingen daardoor niet langer onbelast verstrekken via deze specifieke vrijstelling. Geef je je personeel korting op producten uit je bedrijf? Pas dan waar nodig je arbeidsvoorwaarden, salarisadministratie en WKR-inrichting hierop aan. Vanaf 2027 kun je personeelskortingen alleen nog onbelast verstrekken via de vrije ruimte van de WKR. Maak je nu gebruik van de vrijstelling? Dan kun je vanaf 2027 mogelijk sneller te maken krijgen met overschrijding van de vrije ruimte.

De bestaande waarderingsregeling en de regeling voor kortingen aan oud-werknemers blijven wel bestaan.

Tip
Inventariseer tijdig welke personeelskortingen binnen je bedrijf onder de huidige gerichte vrijstelling vallen. Beoordeel vervolgens of deze regelingen vanaf 2027 binnen de vrije ruimte passen of dat aanpassing van het arbeidsvoorwaardenbeleid nodig is. Zo voorkom je onverwachte fiscale lasten en discussies achteraf.

Aanpassingen pseudo-eindheffing fossiele auto’s van de zaak

Stel je als werkgever vanaf 2027 een personenauto op fossiele brandstof (niet volledig emissievrij) ook voor privégebruik ter beschikking aan een werknemer? Dan moet je in beginsel 12% loonbelasting betalen over de catalogusprijs van de ter beschikking gestelde fossiele personenauto. Deze zogenoemde ‘pseudo-eindheffing’ is een maatregel uit het Belastingplan 2026. Onder privégebruik valt in deze regeling ook het woon-werkverkeer!

Sinds de aankondiging van deze pseudo-eindheffingsregeling is er veel kritiek vanuit de sector, waarbij het kabinet werd gewezen op de nodige knelpunten. Daarom stelt het kabinet de volgende aanpassingen voor:

  • Geen pseudo-eindheffing voor een vervangende auto tijdens garagebezoek. Deze uitzondering geldt maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen per garagebezoek.
  • Verlenging van de overgangstermijn van 17 september 2030 naar 1 januari 2031. Daardoor hoef je je administratie niet midden in het boekjaar aan te passen. Als je vóór 1 januari 2027 voor het eerst een fossiele auto ter beschikking hebt gesteld, hoef je tot 1 januari 2031 geen eindheffing te betalen.
  • Introductie van een beperkte vrijstelling tot 1 januari 2031, waarbij je elk kalenderjaar één keer maximaal 7 aaneengesloten dagen een fossiele personenauto tijdelijk mag aanbieden, zonder eindheffing te betalen. Deze vrijstelling voorkomt dat tijdelijk vervoer, zoals een huurauto, al per 1 januari 2027 volledig elektrisch moet zijn.
  • Introductie van een vrijstelling voor lesauto’s met handgeschakelde transmissie;
  • Anticumulatiebepaling om samenloop van de pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s en de pseudo-eindheffing ter zake van hoge vertrekvergoedingen te voorkomen.

Tip
Wil je nog niet overgaan op elektrisch rijden en optimaal gebruikmaken van de overgangstermijn? Zorg er dan voor dat je op 31 december 2026 je fossiele wagenpark hebt vervangen en ter beschikking hebt gesteld aan je werknemers.

Codificatie overgangsregeling youngtimerregeling

Sinds 1 januari 2026 geldt voor het privégebruik van terbeschikkinggestelde auto’s jonger dan 16 jaar een bijtelling van 22% of 25% van de cataloguswaarde. Vanaf het moment dat een auto 16 jaar is, wordt de bijtelling 35% van de waarde in het economisch verkeer (de youngtimerregeling). Tot 1 januari 2026 was een terbeschikkinggestelde auto een youngtimer vanaf 15 jaar oud.

Voor youngtimers die in 2025 ter beschikking zijn gesteld en in 2026 16 jaar oud worden, is in een goedkeurend besluit een overgangsregeling getroffen. Deze auto’s mogen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 onder de youngtimerregeling blijven vallen. Deze regeling krijgt nu een wettelijke basis.

Geleidelijke ophoging leeftijdsgrens
Vanaf 2027 zou de leeftijdsgrens van een youngtimer in één stap verder worden verhoogd van 16 naar 25 jaar. Het kabinet wil echter tegemoetkomen aan een aangenomen motie in de Tweede Kamer, waarin werd gepleit voor een geleidelijker alternatief voor het ophogen van de leeftijdsgrens. Voorgesteld wordt om de leeftijdsgrens volgend jaar te verhogen naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. Auto’s die op 31 december 2025 al ter beschikking stonden en die in 2027 de leeftijdsgrens van 17 jaar bereiken, mogen daardoor heel 2027 de youngtimerregeling toepassen.

Auto’s die op 1 januari 2028 nog niet de leeftijdsgrens van 20 jaar hebben bereikt, kunnen de youngtimerregeling per die datum niet meer toepassen. Dat leidt dus tot het wegvallen van de youngtimerregeling voor auto’s die in 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar hebben overschreden, maar nog niet de leeftijdsgrens van 20 jaar.

Aandelenoptieregeling bij startups en scale-ups

Heb je een innovatieve, startende onderneming? Dan heb je vaak weinig middelen om talent in de opstartfase te belonen met een concurrerend salaris. Je biedt daarom je medewerkers vaak aandelenopties aan om hen toch aan je bedrijf te binden. Op dit moment worden deze aandelenopties echter al belast zodra de aandelen die uit die opties worden verkregen verhandelbaar worden, ook als de aandelen niet direct worden verkocht. Dit kan bij de medewerker leiden tot liquiditeitsproblemen. Om het belonen met aandelenopties aantrekkelijker te maken stelt het kabinet voor om het mogelijk te maken de belastingheffing vanaf 2027 uit te stellen tot het moment waarop de aandelen uit de opties daadwerkelijk worden verkocht. Dan kan de medewerker de belasting betalen uit de verkoopopbrengst. Het uitstel van de heffing geldt ook als de medewerker in de tussentijd uit dienst gaat. De aandelenoptieregeling geldt zolang jij als werkgever startup of scale-up bent. Daarvoor geeft de RVO een beschikking af. Daarnaast wordt van het voordeel slechts 65% als loon in aanmerking genomen.

Overgangsregeling
Je mag de regeling ook toepassen op aandelenopties die je op of na 17 april 2025 hebt toegekend. Voorwaarde is dat deze op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en aan alle gestelde voorwaarden voldoen. De RVO-beschikking moet je uiterlijk op 31 december 2027 hebben aangevraagd.

Let op
De nieuwe aandelenoptieregeling is geen must. De medewerker behoudt het recht om te kiezen voor belastingheffing op het moment van verhandelbaarheid.

Verhoging forfaitair uurloon S&O-regeling

Je kunt de (loon)kosten voor Research & Development (R&D) verlagen met de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk. Deze fiscale stimuleringsregeling compenseert namelijk een deel van de loonkosten en overige kosten en uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O). De afdrachtvermindering wordt gebaseerd op de werkelijke S&O-loonkosten en -uitgaven of op basis van een forfaitair vastgesteld S&O-uurloon dat sinds 2008 is vastgesteld op € 29. Vanaf 2027 wordt dit uurloon verhoogd naar € 33.

Verhoging Aof-premie

De zogenoemde ‘vrijheidsbijdrage’ (zie verderop) die het kabinet wil invoeren voor burgers en bedrijven, krijgt voor werkgevers de vorm van een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof-premie). Concreet betekent dit dat het lage tarief voor kleine werkgevers omhooggaat van 6,27% naar 6,67% en de hoge premie voor middelgrote en grote werkgevers van 7,63% naar 8,03% van het premieloon.

Let op
Ben je een startende werkgever? Dan word je tijdens de eerste twee jaar als een kleine werkgever aangemerkt en betaal je dus de lage Aof-premie.

Ingrijpende maatregelen in de sociale zekerheid

De compensatieregeling voor werkgevers die een transitievergoeding betalen aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers die na 2 jaar ziekte uit dienst treden, blijft voorlopig tot 2028 bestaan. Eerst was voorgesteld om de compensatieregeling al op 1 januari 2027 af te schaffen. Ook de geplande verlaging van het maximumdagloon met 20% gaat niet door. Hoewel de voorgenomen maatregelen in de sociale zekerheid al vóór Prinsjesdag waren afgezwakt, zet het kabinet de volgende ingrijpende maatregelen door:

  • De verkorting van de maximale periode dat je een WW-uitkering kunt krijgen van 2 jaar naar 1 jaar. Deze maatregel is alleen 1 jaar uitgesteld, namelijk van 2028 naar 2029.
  • De IVA-uitkering van 75% van het loon die je krijgt als je volledig arbeidsongeschikt raakt, wordt vanaf 2030 geschrapt voor nieuwe gevallen. Daarvoor in de plaats komt er een lagere uitkering van 70% van het loon. Bestaande gevallen behouden hun rechten.
  • De stapsgewijze verhoging van het eigen risico voor de zorgverzekering (€ 385): in 2027 gaat de eigen bijdrage naar € 400 en per 2028 naar € 455. De zorgpremie zal naar verwachting € 12,50 per maand omhooggaan en uitkomen op € 169 per maand.

Bevriezing maximum pensioengevend loon

Het maximum van het loon waarover je aanvullend pensioen kunt opbouwen wordt vanaf 2027 gedurende 6 jaar niet geïndexeerd. Dit betekent dat het maximum van € 137.800 (in 2026) tot en met 2032 niet wordt verhoogd. Boven deze aftoppingsgrens kun je in die periode niet fiscaalvriendelijk pensioen of lijfrente opbouwen.

Op deze pagina is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot en met 15 september 2026. Hoewel de uiterste zorg is nagestreefd ten aanzien van de inhoud, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele fouten en onvolledigheden. telt® sluit bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kun je altijd contact met ons opnemen.

Onder de streep: wat verandert er voor belastingbetalers?

Gepubliceerd op
21 september 2026
Actueel
Fiscaal

Vooruitkijken als dga: wat speelt er rond je bv?

Gepubliceerd op
21 september 2026
Actueel
Fiscaal

Ondernemen na Prinsjesdag: dit telt in 2027

Gepubliceerd op
21 september 2026
Actueel
Fiscaal