De markt voor zuivel laat momenteel twee verschillende gezichten zien. Terwijl melkvet onder druk staat, zijn producten met veel melkeiwit juist sterk in trek. Dat is goed zichtbaar aan de prijs van weipoeder. Die is in een jaar tijd gestegen van € 89 naar € 168 per 100 kilo en staat daarmee op een recordniveau.
Wei ontstaat als bijproduct bij de productie van kaas. Waar het product vroeger vooral als veevoer werd gebruikt en een deel zelfs verloren ging, heeft wei tegenwoordig een belangrijke economische waarde. Vooral de eiwitten die uit wei kunnen worden gewonnen, zijn gewild.
Meer vraag naar eiwitrijke productenDe sterke prijsontwikkeling hangt samen met de groeiende markt voor eiwitrijke voeding. Wei en melkeiwitten worden onder meer verwerkt in sportvoeding, eiwitproducten voor ouderen en babyvoeding. Door de grote vraag vanuit deze markten blijft minder wei beschikbaar voor toepassingen in bijvoorbeeld veevoer. Dat vertaalt zich rechtstreeks in de prijs. ZuivelNL noteerde weipoeder recent op € 168 per 100 kilo. Een jaar eerder lag die prijs nog op € 89. Ook andere eiwitrijke zuivelproducten profiteren van de vraag. Zo bevindt de prijs van mageremelkpoeder zich op het hoogste niveau sinds 2022.
Groot verschil tussen eiwit en vetWie alleen naar de ontwikkeling van de melkprijs kijkt, zou kunnen concluderen dat de zuivelmarkt zwak is. Het beeld is echter genuanceerder. In 2026 is een duidelijke tweedeling ontstaan tussen de markt voor melkeiwit en die voor melkvet. Melkeiwit is schaars en duur, terwijl de markt voor melkvet juist onder druk staat. De boterprijs lag halverwege 2025 nog rond € 7,30 per kilo, maar is inmiddels teruggevallen naar ongeveer € 4,00 per kilo. Grote botervoorraden maken een snel prijsherstel lastig.
Deze uitzonderlijke verhouding is ook internationaal zichtbaar. In Nieuw-Zeeland ligt de prijs van mageremelkpoeder zelfs boven die van vollemelkpoeder. In Nederland is vollemelkpoeder nog wel duurder, maar het verschil met mageremelkpoeder is relatief beperkt.
Melkaanvoer neemt naar verwachting afNaast de sterke vraag naar eiwit speelt ook het toekomstige melkaanbod een rol. In de eerste helft van 2026 was de melkproductie in Europa nog bijzonder hoog. Rabobank verwacht echter dat de Europese melkaanvoer in het vierde kwartaal van 2026 lager uitkomt dan in dezelfde periode van 2025. Ook voor het eerste kwartaal van 2027 wordt een lagere productie voorzien. Voor de rest van 2027 rekenen de analisten op een productieniveau dat ongeveer gelijk ligt aan dat van 2026.
Vooruitzichten voor zuivel blijven positiefOok de ontwikkeling van de Chinese zuivelmarkt kan steun bieden. Rabobank verwacht dat de vraag naar zuivel in China aantrekt, terwijl de groei van de binnenlandse melkproductie achterblijft. Daardoor kan er meer ruimte ontstaan voor import.
De combinatie van een sterke vraag naar melkeiwit, een naar verwachting lagere Europese melkproductie en betere afzetmogelijkheden richting China biedt daarmee positieve aanknopingspunten voor de zuivelmarkt. Tegelijkertijd blijft de zwakke markt voor melkvet een belangrijke rem. Vooral de omvangrijke botervoorraden zullen eerst verder moeten afnemen voordat ook aan die kant van de markt weer meer ruimte ontstaat voor prijsherstel.
Prijzen per 26 september 2026.