Het kabinet heeft op 26 juni 2026 een maatregelenpakket gepresenteerd om Nederland van het stikstofslot te krijgen. Daarmee moet er duidelijkheid komen voor boeren, de natuur zich kunnen herstellen, er weer gebouwd kunnen worden en vergunningverlening weer mogelijk gemaakt worden. Iedere veehouderij moet in 2035 voldoen aan emissienormen, er komt een eis voor grondgebondenheid en bedrijven in zones rondom Natura 2000-gebieden krijgen te maken met aanvullende maatregelen. Het overige deel wordt ingevuld met het verminderen van de aanwending van mest, extensivering, vrijwillige beëindigingen en afroming van dierrechten bij overdracht buiten familieverband. Waarom deze aanpak? Momenteel geldt de Wet stikstofreductie en natuurverbetering met onhaalbare landelijke depositienormen. De nieuwe aanpak legt minder nadruk op uniforme landelijke doelen ten aanzien van kritische depositiewaarden (KDW) en meer nadruk op daadwerkelijk natuurherstel en vergunningverlening per gebied. Essentieel onderdeel van de aanpak is de ondersteuning van boerenbedrijven bij het nemen van maatregelen. Het gaat om brede ondersteuning bij innoveren, extensiveren, verplaatsen en vrijwillig beëindigen. Ook wil het kabinet extra investeren in het platteland. Voor deze aanpak is tot en met 2035 € 20 miljard en structureel € 435 miljoen gereserveerd. Doelen De ammoniakemissie in de landbouw moet in 2035 42% tot 46% lager zijn dan in 2019. De emissies van ammoniak in de industrie en stikstofoxiden in de sector mobiliteit moeten in dezelfde periode gehalveerd worden. Maatregelen in de landbouw De geschetste aanpak bevat weinig direct werkende wettelijke verplichtingen. Veel maatregelen moeten nog worden uitgewerkt in wetgeving. Toch zijn er een aantal harde beleidsvoornemens waarvan het kabinet expliciet aangeeft dat deze zullen worden vastgelegd in wet- en regelgeving. De belangrijkste zijn:
Melkveehouderij: per fosfaatrecht stelt het kabinet een maximale emissienorm voor van 0,164 kg ammoniak en 92 kg CO2-eq uit stallen en mestopslag in 2035; De intensieve veehouderij krijgt een maximale emissienorm per dierplaats, waarvan de hoogte begin 2027 wordt vastgesteld; Er wordt een grondgebondenheidsnorm ingevoerd in de melkveehouderij van 2,6 gve per hectare als eindnorm in 2035, met tussenstappen in 2030 en 2032. Melkveehouders kunnen daarbij gebruikmaken van samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer. Voor melkveehouders in de uitspoelingsgevoelige gebieden, te weten zand- en lössgronden, gaat een grasland/rustgewassenverplichting van 85% gelden. Dit moet ook bijdragen aan een verbetering van de waterkwaliteit; Bedrijven in zones rondom kwetsbare, overbelaste Natura 2000-gebieden krijgen te maken met aanvullende maatregelen die betrekking hebben op een maximale veebezetting, beperktere mestplaatsingsruimte, extensiever grondgebruik, beperkingen voor gewasbeschermingsmiddelen en verdroging. Er wordt gedacht aan 15 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waarvoor een zone van 1.000 meter gaat gelden en 65 tot 85 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden met een zone van 500 meter; Voor veldemissies zullen de voorschriften voor het emissiearm aanwenden van meststoffen worden aangescherpt; Als in augustus uit de 2e kwartaalcijfers 2026 van het CBS blijkt dat het sectorale mestproductieplafond voor de varkenshouderij in 2026 naar verwachting wordt overschreden, zal het kabinet dit najaar een besluit nemen over het opnieuw introduceren van afroming van varkensrechten die buiten familieverband worden verhandeld. Voor de pluimveehouderij lijkt een herintroductie van afroming van pluimveerechten niet aan de orde gezien de 1e kwartaalcijfers van het CBS.
Invoering rekenkundige ondergrens Het kabinet wil uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 een wetenschappelijk onderbouwde rekenkundige ondergrens (RKO) invoeren die standhoudt bij de rechter. Daarmee kunnen veel PAS-melders, interimmers, de woningbouw en andere projecten met een stikstofdepositiebijdrage onder de RKO worden geholpen, omdat zij dan geen vergunning meer nodig hebben.